Skip to main content

De zonnewind die ontsnapt uit de coronale gaten heeft een snelheid van ongeveer 800 km/s.

Nabij het heliosferisch neutraal oppervlak (HNO), het contactgebied tussen de zonnewind afkomstig van beide poolgebieden, is de snelheid lager, zo'n 400 km/s.

Men spreekt van snelle en trage zonnewind. Daar waar snelle zonnewind eerder uitgestoten langzame wind inhaalt, ontstaat een botsingszone of schokfront. Omdat langzame wind samenhangt met het HNO vinden we dergelijke botsingszones enkel in de buurt van het HNO. De snelle zonnewind duwt de langzame wind voor zich uit en drukt die langzame wind samen.

De structuur van de zonnewind kan daarom erg onregelmatig zijn in de omgeving van het HNO. Dit soort botsingsgebieden ontstaat doorgaans pas na verloop van enige tijd, meestal pas nadat de zonnewind de aardbaan al voorbij is. Vermits de stromen met snelle en langzame wind maandenlang kunnen duren, kan men deze botsingszones gedurende opeenvolgende zonne-omwentelingenvolgen. Men spreekt daarom van "mee-roterende wisselwerkingsgebieden''.

Figuur 1: Ulysses-waarnemingen van zonnewindsnelheden. Trage winden (≈400 km/s) zijn beperkt tot gebieden rond de evenaar, terwijl snelle winden (≈750 km/s) aan de polen waargenomen worden. Credit: NASA – Marshall Space Flight Center