Skip to main content

Wat is de stralingsbalans? Hoe bepaalt het de temperatuur op Aarde?

De zonnestraling bestaat uit zichtbaar licht, uit infrarode en ultraviolette straling. Een deel van dit zonlicht wordt weerspiegeld door:

  • de wolken
  • het aardoppervlak (vooral sneeuw en ijs)
  • atmosferische aerosolen (in de lucht zwevende microscopische deeltjes)

Het weerspiegelde deel van de zonnestraling wordt albedo genoemd. Wat overblijft verwarmt de Aarde. Die deze energie terug uitzendt in de vorm van infrarode straling.

Een deel van deze aardstraling wordt door gassen in de atmosfeer geabsorbeerd. Dit laatste proces is het zogenaamde "broeikaseffect". Zonder dit broeikaseffect, zou de Aarde ongeveer 30° kouder zijn omdat de warmte van het aardsysteem veel sneller in de ruimte zou verloren gaan.

Veranderingen in de samenstelling van de atmosfeer kunnen het klimaat beïnvloeden

  1. Door de hoeveelheid infrarode aardstraling geabsorbeerd door de atmosfeer te wijzigen verhoogt de menselijke activiteit de concentraties van gassen (zoals CO2, methaan, ozon,…) die de infrarode straling kunnen absorberen. Dit leidt tot een verhoging van het “broeikaseffect” en dus tot een verwarming van het klimaat.

    Er is reeds gesuggereerd dat het aardoppervlak al met 0.5° graden is verwarmd sinds het begin van de 20ste eeuw door dit verschijnsel. In de loop van de volgende eeuw zou die verwarming nog hoger kunnen worden.
     
  2. Door de hoeveelheid naar de ruimte weerspiegeld zonlicht te wijzigen stoten mensen anderzijds ook veel gassen uit (zoals SO2), die omgezet worden in atmosferische aerosolen. Deze deeltjes weerspiegelen en absorberen soms een deel van het zonlicht. Bovendien spelen bepaalde aerosolen een sleutelrol in de vorming van wolken.

    Een verhoogde concentratie van aerosolen verhogen heeft als gevolg dat wolken meer schitteren, en dus meer zonlicht reflecteren. Aerosolen verminderen dus de hoeveelheid zonlicht ontvangen op Aarde, wat tot een afkoeling van het klimaat leidt en het verwarmingseffect compenseert. Dit kan verklaren dat de vastgestelde temperatuurverhoging van de Aarde in de heel vervuilde noordelijke hemisfeer zwakker is dan in de zuidelijke hemisfeer.
Figuur 1: Het broeikaseffect.