Site en françaisView this website in English Zoeken

Klimaatsveranderingen

Het klimaat wordt bepaald door de zogenoemde « stralingsbalans » van de planeet. Wat is dat?

Clouds

De zonnestraling bestaat uit zichtbaar licht, uit ultraviolette en infrarode straling. Een deel van dit zonlicht wordt door de wolken, het aardoppervlak (vooral sneeuw en ijs) en atmosferische aërosols (in de lucht zwevende microscopische deeltjes) weerspiegeld. Het weerspiegelde deel van de zonnestraling wordt albedo genoemd. De rest verwarmt de Aarde.

De Aarde zendt deze energie terug uit in de vorm van infrarode straling. Een deel van deze aardstraling wordt door gassen in de atmosfeer geabsorbeerd. Dit laatste proces is het zogenaamde « broeikaseffect ». Zonder dit broeikaseffect, zou de Aarde ongeveer 30° kouder zijn omdat de warmte van het aardsysteem veel sneller in de ruimte zou verloren gaan.

 


Kunnen we het klimaat veranderen? En hoe?

Veranderingen in de samenstelling van de atmosfeer kunnen het klimaat dus beïnvloeden en dit op verschillende manieren:

  • door de hoeveelheid infrarode aardstraling geabsorbeerd door de atmosfeer te wijzigen

    Menselijke activiteiten verhogen de concentraties van gassen (zoals CO2, methaan, ozon,…) die de infrarode straling kunnen absorberen. Dit leidt tot een verhoging van het “broeikaseffect” en dus tot een verwarming van het klimaat.

    Men denkt dat het aardoppervlak al met 0.5° graden is verwarmd sinds het begin van de 20ste eeuw door dit verschijnsel. In de loop van de volgende eeuw zou die verwarming nog hoger kunnen worden.

 

  • door de hoeveelheid naar de ruimte weerspiegeld zonlicht te wijzigen.

    Anderzijds, stoten we veel gassen uit (zoals SO2) die omgezet worden in atmosferische aërosols. Deze deeltjes weerspiegelen en absorberen soms een deel van het zonlicht. Bovendien spelen bepaalde aërosols een sleutelrol in de vorming van wolken.

    De concentratie van aërosols verhogen heeft als gevolg dat wolken meer schitteren. Hierdoor weerspiegelen de wolken ook steeds meer zonlicht. Aërosols verminderen dus de hoeveelheid zonlicht ontvangen op Aarde, wat tot een afkoeling van het klimaat leidt en het verwarmingseffect compenseert. Dit kan verklaren dat de vastgestelde temperatuurverhoging van de Aarde in de heel vervuilde noordelijke hemisfeer zwakker is dan in de zuidelijke hemisfeer.

 

Terug naar hoofdartikel Atmosferosche veranderingen

 

Link naar de website van het Federaal Wetenschapsbeleid
Link naar de Federale Portaalsite